Onze leden geven de pen door

De pen van Truus Knops



Met de doorgeef-pen schrijf ik een waargebeurd verhaal.
Ons gezin, inclusief aangetrouwden, had iets te vieren. We schrijven augustus 1994. Met algehele instemming kozen we voor een midweek in het bungalowpark ‘De Vossemeren’. Dat ligt op de grens van België en Nederland. Een bosrijke en heuvelachtige streek. Onze bungalow lag aan de rand van het park. In onze directe omgeving zagen we veel eekhoorntjes, konijntjes enzovoort. Enig.
Eenmaal gesetteld, gingen vader en zoon op een zonnige ochtend in de buurt van de bungalow een partijtje boulen. Niet op een mooie jeu de boulesbaan, zoals in ons Bouleshome. Die bezat het park niet. Ze speelden gewoon tussen de bomen. Theo legde de spelregels uit aan zijn zoon.
‘Kijk’, zei hij, ‘zie je dat gat? Daar gooi ik mijn boule zo in. Wedden dat het me lukt?’
En ja hoor, BINGO. In een keer erin. Apentrots was ‘ie. Maar ja, je raadt het al, dat gat bleek een konijnenhol! Dat werd dus graven, graven en nog eens graven. Geen boule te vinden en overigens ook geen konijntjes.
Theo heeft het nog lang moeten aanhoren. Het was een fijne midweek.
Vrijdags gingen we naar huis, want de volgende dag moesten we een toernooi spelen. Maar hoe kom je op zaterdagmorgen, voor negen uur, nog aan nieuwe boules? We speelden destijds bij De Goede Worp en toen we daar aankwamen, vroegen we of iemand een set boules te leen had. Uiteraard moesten we het konijnenholverhaal vertellen hoe Theo zijn boule was kwijtgeraakt. Grote hilariteit natuurlijk. Jan van Werkhoven, een van de medespelers van D.G.W., bood spontaan een setjes boules aan en zei: ‘Theo, dit is zo’n mooi verhaal, deze boules krijg je van mij cadeau.’
Theo en Jan zijn er helaas niet meer, maar die boules bestaan nog wel. Ik heb ze, op mijn beurt, ook aan iemand cadeau gedaan. Hij is lid van onze vereniging en wint nog regelmatig een partij met deze bijzondere boules.

Ik geef de pen door aan Riet Vis



 

De pen van Rita Vollebregt


Er was op 26 juni geen toernooi of vierkamp gepland. Omdat de familie Vollebregt maar steeds een reünie wilde, dacht ik: dit is een mooie gelegenheid om dat bij VELO/SMV te organiseren. Van te voren natuurlijk niet bij nagedacht wat daar voor werk aan vastzit. Maar met hulp van dochter en schoondochter was het leuk om dit te doen. Ik begon de mensen, waarvan ik een e-mailadres had, een mail te sturen met de vraag dit weer door te sturen naar broers, zussen, neven en nichten. Dat werd een groot succes, want de een na de ander reageerde vol enthousiasme.
Mijn schoondochter had een lijst in mijn computer gemaakt, waarop ik de namen noteerde van degene die kwamen. Zo had ik een goed overzicht. Uiteindelijk kwamen er zestig broers, zussen, neven en nichten naar VELO/SMV.
Onder het genot van een kopje koffie of thee werd er eerst eens gekeken wie wie ook al weer was en wie bij wie hoorde. Want als je elkaar voor het laatst hebt gezien toen de kinderen vijftien jaar waren, dan is iedereen wel erg veranderd. Ietsje ouder en groter geworden misschien?
Maar na een half uurtje stond iedereen gezellig met elkaar te praten en te lachen, geweldig toch. Er werden heel wat oude herinneringen opgehaald. Na een uurtje zijn we met zijn allen gaan jeu de boulen. Velen hadden het wel eens op de camping gespeeld en voor hen die het nog nooit hadden gespeeld, werd het spel even uitgelegd. Zoals wij altijd doen, delen we een kaartje uit en kun je zien naar welke baan je moet. Op die manier worden de spelers gemixt. En zo leer je elkaar nog beter kennen.
Een paar familieleden, voornamelijk de wat ouderen speelden niet mee, maar zaten aan de kant in de zon. Want het was geweldig weer met zo’n 25 graden. Zij zaten te kijken onder het genot van een drankje en een hapje. Zij hadden net zoveel lol als de mensen die wel speelden, want als er een mooie boule werd gegooid, klapten en juichten zij net zo hard mee als de spelers zelf.
Om 19.00 uur werd er een buffetje gebracht, dat besteld was bij Kwalitaria de Vier Wieken. Keurig verzorgd met saté, salades en stokbrood. Bordjes, bestek en servetten, alles wordt erbij geleverd. Op deze manier heb je nergens zorgen over. Zelfs het snoer om de saté in de pannen warm te houden, leverden zij er bij. Wat een service! En het is nog lekker ook, een echte aanrader.
Toen iedereen zijn buikje vol had gegeten, gingen we nog een potje jeu de boules spelen. Ondertussen werd de koffiepot weer aangezet, want ook al is het weer nog zo warm, een kopje koffie gaat er bij de meesten toch wel in. Zo ook de chocolaatjes!
Daarna gingen we even kijken wie had gewonnen. Dat waren natuurlijk de mensen die altijd jeu de boulen.
Maar niet getreurd, ook daar hadden we iets opgevonden. Er waren twee mensen die alle twee de wedstrijden met 13- 8 hadden gewonnen (mooie uitslag toch), daarom vonden wij dat zij een medaille verdienden. Maar wel eentje van chocolade.
Om 21.00 uur gingen de meesten weer naar huis, maar zoals het overal is, blijven er altijd een paar achter die even helpen opruimen. Daarna nog een afzakkertje genomen om even bij te kletsen.
Er werd meteen gevraagd of het volgend jaar weer is, maar ik heb te kennen gegeven dat ik het stokje graag doorgeef aan een volgende. Want het is een heel georganiseer en best veel werk. Dus wie biedt zich aan?
Mijn schoondochter Chantal en ik zijn na afloop echt ons bed in gerold, zo moe waren we.
Maar het was de moeite waard. De blije gezichten, de planten, de bloemen en de bedankjes die we hebben ontvangen als blijk van waardering, dat zegt genoeg!
Bedankt allemaal voor jullie aanwezigheid en enthousiasme voor deze geweldige dag!
De pen geef ik door aan Truus Knops.



 

Pen van Hannie Wijngaarde


Onderstaand verhaaltje hoorde ik eens op een van onze vakanties in Frankrijk.
‘Waar komt het jeu de boules vandaan ?’
‘En voortaan beide voeten op de grond.’

Het spel dat iedere Nederlander jeu de boules noemt,
heet eigenlijk pétanque. Het is een van de vele sporten
die met stalen boules worden gespeeld.
Een van de andere bekende varianten is het Jeu Provençal .
Bij dit spel worden de boules over een grotere afstand geworpen
en nemen de spelers bij elke worp een aanloop van drie snelle passen.
Wanneer aan het begin van de vorige eeuw een aantal spelers
in het vissersplaatje La Ciotat een partijtje Provençal speelt,
moet een van de oud-kampioenen vanuit zijn stoel toekijken.
Deze Jules Le Noir is vanwege zijn reuma niet meer in staat
de drie passen te maken.
Wel lukt het hem vanuit stilstand de ballen te gooien.
Vandaar dat zijn vrienden de spelregels vereenvoudigen.
Ze besluiten de ballen in het vervolg over een
kortere afstand en vanuit stilstaand te gooien.
Zo ontstaat het spel waarbij men vanuit
een werpcirkel gooit met de voeten op de grond.
Het woord ‘pétanque’ komt dan ook van het Franse pieds tanques,
dat ‘met voeten gesloten op de grond’ betekent.

De pen geef ik door aan Truus Knops.


Printerversie